Festival Oude Muziek (Utrecht) in het teken van Luther

Aandacht voor de Antwerpse activiteiten (eerste drukken en het lot van de Augustijner monniken) in deze documentaire, gemaakt in opdracht van het Festival Oude Muziek 2017 dat in het teken van Luther staat.
Dr. Sabine Hiebsch laat een vroege Antwerpse vertaling van het NT zien.

Ein neues Lied wir heben an (Luthers eerste lied)

In 1523 schreef Luther zijn eerste lied, een ballade. Hij vertelt het verhaal van twee jongemannen, Augustijner monniken uit Antwerpen, die zozeer gehecht waren aan hun geloofsopvatting dat ze liever op de brandstapel stierven (‘te Brussel in de Nederlanden’, zoals Luther vermeld in zijn lied), dan te herroepen. De datum was 1 juli 1523.

Hun verhaal wordt in geuren en kleuren verteld op de webpagina van Dick Wursten. Aldaar vindt u ook de tekst van het lied in het Duits en het Nederlands. Voor meer info over de verspreiding van dit lied en de melodie, verwijs ik u naar de desbetreffende pagina’s op deze site.

Het lied zelf kadert helemaal in de propagandastrijd die rond beide jongemannen losbarstte. Blijkbaar hadden spindoctors uit het roomse kamp het gerucht verspreid dat de jonge mannen op het allerlaatst nog tot inzicht waren gekomen. Dit moest weerlegd worden. Een pamfletten-oorlog barstte los, waarvan het drukken en verspreiden van dit lied van Luther (met de ‘ware toedracht’) een onderdeel uitmaakt.

De Protestantse Cultuurkring Antwerpen (ProCAnt) zorgde in het kader van het Lutherjaar voor een professionele uitvoering door Willem Ceuleers (arrangementen, zang, blokfluit), Aline Hopchet (blokfluit) en Piet Van Steenbergen (gamba). Hier kunt u het horen en zien, zowel in het Duits (originele versie: 5 coupletten met intro en tussenspel) en in het Nederlands (2 coupletten).

Youtube-versie (original)

Youtube-versie (Nederlands)

Bonustrack [het was een leuk idee: instrumentaal met schalmei, maar de combinatie was toch wat vreemd. Dus niet weerhouden voor de opname]

 

Ein neues Lied (opname)

Gisteren (3 juli) de opname bijgewoond die ProCAnt heeft laten maken van het lied dat Martin Luther in 1523 schreef toen hij het bericht vernam dat twee van zijn Antwerpse ‘broeders’ (Augustijner monniken) op de Grote Markt in Brussel waren verbrand als ketters. De officiële versie (5 coupletten in het Duits en 2 in het Nederlands) komt ter beschikking als MP3 bij de opening van de tentoonstelling ‘een lutherse lente in Antwerpen’…. [update: is beschikbaar. klik hier]

Hieronder een ‘smartphone-impressie’ van een experiment tijdens de opnamesessie: de melodie wordt gespeeld op schalmei door Aline Hopchet. Deze opname werd niet weerhouden voor de officiële release, wegens niet in balans. Daar zal het zijn: zang, blokfluiten en gamba. U hoort Piet Van Steenbergen op gamba en Willem Ceuleers op blokfluit.

Laatstgenoemde schreef ook de arrangementen en verzorgt de zang.

Een Lutherse Lente in Antwerpen

Een Lutherse Lente in Antwerpen:
Tolerantie en repressie in de zestiende eeuw.

Tentoonstelling in de Sint-Andrieskerk [4 augustus – 31 oktober 2017]

De kerk was elke dag open van 14u tot 17u. en van maandag  tot vrijdag van 9u tot 12u.  Bijna 10.000 bezoekers kwamen langs. Tijdens de museumnacht op 5 augustus (19.00-01.00) klonk Luthers ballade voor zijn Antwerpse confraters in de St. Andries. Het was fraai. Zo’n 1.100 mensen kwamen luisteren. Het lied kunt u op youtube beluisteren.

Digitale versie van de 12 tentoonstellingspanelen (PDF)
(bestand is ruim 4MB, dus misschien even geduld bij het laden)

Tekstpaneel_reordered_SMALL_C5

 

Hier een interview met Frans van den Brande op KLARA (Belmondo, 12 augustus) over de tentoonstelling…


[achtergrond – archive

In het Lutherjaar 2017 herdenken protestanten het begin van de reformatie. 500 jaar eerder, op 31 oktober 1517, publiceerde Maarten Luther in Wittenberg zijn 95 stellingen tegen de aflatenhandel. Het was het startpunt van de Reformatie, die een einde maakte aan de kerkelijke eenheid in Europa. In dat Europese verhaal speelde Antwerpen een belangrijke rol. In het pas gestichte klooster van de Augustijnen woonden paters die samen met en bij Luther gestudeerd hadden, en die zijn ideeën deelden. Zij waren de eersten die Luthers geschriften vertaalden, en de Antwerpse drukkers zorgden ervoor dat ze verspreid raakten over heel Europa. Al snel werd Antwerpen één van de steunpilaren van het Lutheranisme: men sprak zelfs van ‘Wittenberg aan de Schelde.’

De omgeving van Sint Andries (situatie begin 17e eeuw) – Click to enlarge. In de Cammerstraat woonden de boekdrukkers.

Tijdens het Lutherjaar zullen er overal in Europa initiatieven doorgaan die deze kerkelijke hervorming herdenken – die ook grote gevolgen voor de maatschappij had. Ook in Antwerpen, dat in de beginjaren van het Lutheranisme een cruciale rol speelde, wordt er aandacht aan besteed. In de Sint-Andrieskerk, op de plaats waar vroeger het Augustijnenklooster stond, komt een tentoonstelling over die vroegste jaren van de hervorming in Antwerpen. Daarbij gaat het niet om de theologische of historische achtergronden van het Lutheranisme, maar komen de twijfels en angsten van de mensen die het beleefden aan bod. Wie voor Luther koos, kon immers alles kwijtraken: vrijheid, bezit, job, vrienden, familie, zelfs het leven. De eerste ter dood veroordeelde lutheranen waren twee monniken uit het Antwerpse klooster.

Ook vandaag staan mensen soms voor verscheurende keuzes, of gaan ze gebukt onder fundamentele twijfels.

De tentoonstelling wil daarom een brug slaan tussen de Antwerpenaar van 500 jaar geleden, en die van nu. Dat doet ze door getuigenissen van toen op een eigentijdse, aansprekende manier weer te geven. De tentoonstelling loopt van 4 augustus tot 31 oktober 2017. De einddatum is symbolisch: op 31 oktober vieren de protestantse kerken ‘Reformatiedag’, en herdenken ze dat op die dag Luther zijn 95 stellingen publiceerde. Dat deze tentoonstelling kan doorgaan in een katholieke kerk, op de historische plek waar een half millennium geleden de eerste Antwerpse protestanten woonden, bewijst dat er sindsdien heel wat ten goede is veranderd.

Antwerpsch Chronykje – 1522

Zomaar een jaar… ?

Een bladzijde uit dit wonderlijke boekje waarin een verslag van  1. de bevrijding door een menigte ‘woedende vrouwen’ van prior Hendrik van Zutphen op 29 september 1522; 2. de vernederende manier waarop stadssecretaris Cornelis Grapheus (alias Corneel De Schrijver) zijn Lutherse opvattingen publiekelijk moest afzweren; 3. de ontruiming van het Augustijner klooster en 4. hoe twee mannen aan de schandpaal werden genageld wegens Lutherije (hadden ze misschien onderdak hadden verschaft aan de ontsnapte prior?). In een andere kroniek wordt de voornaam van een van de drukkers genoemd: Adriaen. Zou dat Adriaen Van Berghen zijn geweest, die in 1523 als eerste een Nederlandse vertaling van Luthers Das Neue Testament Deutsch op de markt brengt?

Je zult maar in die tijd geleefd hebben ! Het verslag loopt overigens volledig parallel met de Chronyke van Vlaenderen uit 1531. Met name het vrouwenoproer schokte de wereld. Repercussies ervan zijn terug te vinden tot in Italië toe. Het bekendst is de brief van de pauselijke ambassadeur, Chieregati aan hertogin Isabelle d’Este. Chieregati is op dat moment in Neurenberg om zich voor te bereiden op de Rijksdag die gaat beslissen over de implementatie van de anti-lutherse maatregelen uit 1521 in het ‘Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie’. Ook Luther doet er gedetailleerd verslag van in een brief. Waren er ‘social media’ geweest, deze scène zou ‘viraal’ gegaan zijn.

Voor een beeld van de omgeving (stratenplan van toen, klik hier)

 

Antwerpen – Stadt der Reformation

Antwerpen – Europäische Propagandastadt der Reformation

[dr. Thorsten Jacobi, klik hier voor een Nederlandse vertaling]

Die Kirchengeschichte der Stadt Antwerpen weist im Zeitalter der Reformation drei Phasen auf: eine von der Theologie Martin Luthers, von täuferischen und anderen Glaubensbewegungen geprägte Phase zwischen 1517 und 1566, eine mit dem Bildersturm 1566 einsetzende Vorherrschaft der Calvinisten, die wiederum 1585 mit der Rückgewinnung der Stadt für den römischen Katholizismus endet. Das Reformationsjubiläum ‘500 Jahre Reformation 1517-2017’ lenkt den Blick vor allem auf die Vorkommnisse und Entwicklungen, die mit der Beginn der Reformation durch die Kritik Martin Luthers (1483-1546, Bildnis rechts von 1519) an der römischen Ablasspraxis im Jahre 1517 verbunden sind.

Liesvelt bijbel, Antwerpen 1542

Das Zentrum reformatorischer Predigt in Antwerpen war neben der Jakobskirche vor allem das Kloster der Augustiner-Eremiten. Mönche dieses Ordens, zu dem auch Martin Luther gehörte, waren schon seit Jahren nach Wittenberg gezogen, um dort Theologie zu studieren. Begierig hatten sie eine neue Theologie aufgenommen, die sich als biblische Alternative zur mittelalterlichen Schultheologie verstand. Antwerpen gehörte zum Besitz der Habsburger, die auch den deutschen Kaiser stellten und Gegner der Reformation waren. In der Scheldestadt konnten die Vertreter des Kaisers ungehindert gegen die neue Lehre und deren Anhänger vorgehen. Zwei Augustinermönche wurden 1523 als Ketzer in Brüssel hingerichtet, als erste Märtyrer der Reformation. Ihnen hat Luther sein erstes geistliches Lied gewidmet: “Ein neues Lied wir heben an”.

Obwohl das Augustiner-Kloster mit seiner neuerbauten Kirche (heute St. Andries) 1523 geschlossen wurde, blieb in der Stadt das reformatorische Gedankengut erhalten. So gab der Antwerpener Buchdrucker Jacob van Liesvelt (1490-1545) eine niederländische Bibel heraus, in der 1526 das Neue Testament auf Luthers eigener Übersetzung fußte, 1536 dann auch der Text des Alten Testaments. 1525 schreibt Luther “meinen lieben Herren und Freunden / allen Christen zu Antorff (=Antwerpen)” einen Brief, in dem er sie vor einer theologisch fragwürdigen Glaubensgemeinschaft unter der Führung des Schieferdeckers Eligius Pruystinck warnt. Offenbar gab es eine ganze Reihe von Gefolgsleuten und Sympathisanten, die sich vom Verfolgungsdruck nicht einschüchtern ließen und den evangelischen Glauben im Verborgenen studierten und lebten. Der Stadtrat ließ dies zeitweise geschehen, solange kein öffentlicher Aufruhr entstand und an der Treue der Stadt zur Habsburger Herrschaft kein Zweifel aufkam. Dieses Klima der Duldung nutzten Glaubensflüchtlinge aus Frankreich für sich aus, indem sie in Antwerpen Unterschlupf fanden, calvinistische Hugenotten ebenso wie täuferisch Gesinnte.

Eine starke Außenwirkung erzielten Drucke reformatorischer Schriften, insbesondere derjenigen aus der Feder Martin Luthers. Sie fanden ihren Weg aus den kleinen Druckereien Antwerpens, verbreiteten sich über ganz Westeuropa und förderten so die reformatorische Bewegung in einem erheblichen Maße, zum Beispiel in Schottland. Neben Wittenberg, Basel und Straßburg dürfte Antwerpen eine Zeit lang die führende Druckerstadt im Dienste der Reformation gewesen sein.

Thorsten Jacobi, Deutschsprachige Evangelische Gemeinde Provinz Antwerpen

Luther en Antwerpen – de Augustijner monniken

Twee studenten van Luther, Jacob Praepositus (of Jacob Proost) en Hendrik van Zutphen, komen we tegen als prior van het Augustijner-klooster te Antwerpen (locatie: Sint Andrieskerk). Het klooster zelf hoorde tot dezelfde congregatie als dat van Wittenberg, en viel dus onder de jurisdictie van Johann von Staupitz. Zij verkondigden in hun openbare erediensten de boodschap van het Evangelie à la Luthérienne. Dat werd ze in dank afgenomen door de Antwerpse bevolking, maar na 1520 niet meer door de keizerlijke inquisiteur, Frans van der Hulst. In 1521 barsten de vervolgingen los. Arrestaties, herroepingen, intimidaties waren hun deel. Omdat het niet hielp werd het klooster in oktober 1522 gesloten, echter niet nadat de Antwerpenaars (en met name de vrouwen) nog een ultieme poging gedaan hadden de Augustijnen uit de klauwen van de inquisitie te redden. Het heilig sacrament werd in een plechtige processie, waaraan Margaretha van Oostenrijk zelf participeerde, overgebracht naar de OLV-kerk. De inboedel werd verkocht (de unieke 36-regelige Gutenbergbijbel uit 1461 die het klooster bezat, kwam – veel later – in het bezit van Plantijn. Ze is in het museum aldaar nog altijd te bewonderen). De meest monniken herriepen, maar drie broeders plooiden niet, hoe zeer men hen ook onder druk zette (incl. ‘good cop-bad cop’ methodes).  Twee van hen stierven op de brandstapel (Brussel, 1 juli 1523. Zie hier voor meer info), Hendrik Vos (of Voes)  en Johan van (den) Essen. Over de derde, Lambert van Thorn (= Limburg), doen allerlei verhalen de ronde, maar onderzoek van Johan Decavele heeft aan het licht gebracht dat hij tot 1528 in de gevangenis in Vilvoorde heeft geleefd, terwijl hij werd verzorgd door de hervormingsgezinde kunstenaars en ambachtslieden rond tapijtontwerper Bernard van Orley en pastoor Niclaes van der Elst.

In elk geval, toen het bericht van de brandstapeldood van zijn Antwerpse confraters Luther ter ore kwam, begon hij – zo getuigt hij zelf – ‘inwendig te wenen’ en zei:

‘Ik meende dat ik de eerste zou zijn die om het heilige Evangelie gedood zou worden, maar ik ben het niet waard geweest!’

picture1
Afbeelding van het verslag dat direct na de feiten verscheen in het Latijn en het Duits

Maar al snel kreeg een ander gevoel de overhand: Dit was een getuigenis van de de echtheid van het Evangelie ! Het toont aan dat we leven in de beslissende tijd, de eindtijd: erop of eronder. Hij kroop in de pen en schreef een troostbrief (“An die Christen ym Nidder land“, hieronder in een vertaling uit 2010 van A. Alderliesten) en een ballade waarin hij hun verhaal vertelt en hun sterven duidt als een eindtijdelijk (eschatologisch) teken.

Hier een link naar de opname van dit lied, zowel in het Duitse (origineel) als in het Nederlands ingezongen, met blokfluit en gamba. Op de Lutherpagina van Dick Wursten vindt u ook een ingekorte versie en kunt u door het oorspronkelijke druk (bevindt zich in Gent) bladeren.

 

Aan de christenen in de Nederlanden

Alle lieve broeders in Christus, die in Holland, Brabant en Vlaanderen zijn, alle gelovigen in Christus tezamen: genade en vrede van God onze Vader en onze Here Jezus Christus.

Lof en dank zij de Vader van alle barmhartigheid, die ons in deze tijd opnieuw Zijn wonderbaarlijk licht laat schijnen. Tot nu toe is dit vanwege onze zonde verborgen geweest die ons aan de gruwelijke machten van de duisternis heeft onderworpen, smadelijk deed dwalen en de antichrist liet dienen. Maar nu is opnieuw de tijd gekomen dat wij het gekir van de tortelduiven horen en de bloemen opengaan op het veld (Hooglied 2:11 e.v.). Deze vreugde, mijn geliefden, dat u niet alleen deelachtig, maar afgezonderd bent de eersten te worden aan wie wij zulke vreugde en verrukking hebben beleefd. Eigenlijk is het u namens de hele wereld gegeven het Evangelie niet alleen te horen en Christus te kennen, maar in het bijzonder ook de eersten te zijn die om Christus’ wil schande en schade, angst en nood, gevangenschap en gevaar ondervinden. U draagt nu voller vrucht en bent sterker geworden. Dat hebt u ook met uw eigen bloed vergoten en bekrachtigd, omdat de twee kostbare juwelen van Christus (Hendrik Vos en Jan van Essen) te Brussel hun leven gering hebben geacht opdat Christus met Zijn Woord zou worden geprezen. O, hoe verachtelijk zijn die twee zielen terechtgesteld, maar hoe glorieus en in eeuwige vreugde zullen zij met Christus wederkomen en rechtspreken over degenen die hen met onrecht bejegend hebben. Ach, wat is het gering om door de wereld te worden bezoedeld en gedood. Degenen die weten dat hun bloed kostbaar (Ps. 9:13; 72:14) en hun dood dierbaar is in Gods ogen, waarvan de Psalmen zingen (116:15)? Wat is de wereld tegenover God? Wat een genoegen en vreugde hebben de engelen in deze twee zielen gezien! Wat heeft het vuur hen graag geholpen van dit zondige leven naar het eeuwige leven en van deze smaad naar de eeuwige heerlijkheid! God zij geloofd en in eeuwigheid gezegend dat wij het beleefd hebben om oprechte heiligen en waarachtige martelaren te zien en te horen, terwijl wij tot nu toe zoveel valse heiligen verheerlijkt en aanbeden hebben. Wij zijn het tot nog toe niet waard geweest Christus een offer van zo een kostbare waarde te worden, hoewel velen van ons niet zonder vervolging waren en nog steeds zijn. Daarom, mijn allerliefsten, weest getroost en verblijdt u in Christus en laten wij zijn grote tekenen en wonderen danken die Hij onder ons is begonnen te doen. Hij heeft ons een verfrissend nieuw voorbeeld van Zijn leven voor ogen gesteld. Nu is het de tijd dat het Rijk Gods niet in woorden, maar met kracht wordt opgericht (I Kor. 4:20). Dit wordt bedoeld met: ‘verblijdt u in de verdrukking’ (Rom. 12:12). ‘Een korte tijd,’ zegt Jesaja (54:7), ‘heb ik u verlaten, maar met eeuwige barmhartigheid zal ik u bijeenbrengen.’ Psalm 91 (vers 14 e.v.): ‘ik ben (spreekt God) met hem in verdrukking. Ik zal hem redden en verhogen, want hij erkent Mijn naam.’ Nu wij dan de huidige verdrukking zien en sterke, troostvolle beloften hebben, zo laten wij ons hart vernieuwen, vol goede moed zijn en ons met vreugde in de Here laten doden. Hij heeft gezegd, Hij zal niet liegen: ‘ook de haren op uw hoofd zijn alle geteld’ (Matth. 10:30). En hoewel de tegenstander deze heiligen zullen uitmaken voor Hussieten, volgelingen van Wycliffe en Luther, en zij zich op hun moord zullen beroemen, moet ons dat niet verwonderen, maar des te meer versterken want het kruis van Christus moet gelasterd worden. Maar onze Rechter is niet op grote afstand en Hij zal een ander oordeel vellen. Dat weten we zeker. Bidt voor ons, geliefde broeders, en voor elkaar, opdat wij de ander de trouwe hand reiken. Houdt eensgezind vast aan ons hoofd Jezus Christus, Die ons sterke door genade en ons geheel bereide Zijn heilige naam te eren. Hem zij de lofprijzing, lof en dank bij u en alle creaturen in der eeuwigheid. Amen.

Lied
Luthers ontroering over en dankbaarheid voor de geloofskracht van de twee Nederlandse martelaren uitte zich niet alleen in briefvorm. Zoals W.J. Kooiman het uitdrukt, is ‘Luthers dichtvuur aan een brandstapel ontstoken.’ De geschiedenis van Vos en Van Essen leidde tot Luthers eerste lied: Ein neues lied wir heben an. Het is in de eerste Duitse kerkelijke Liedboeken opgenomen. In het Gesangkbuchlein van Johann Walter (1525) staat ook een 4-stemmige zetting van dit lied.

voor de tekst: zie www.dick.wursten.be/antwerpseMartelaren.htm

En hier vindt u de officiële opname die op ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘een Lutherse lente in Antwerpen’ is gemaakt.

 

 

 

Daar is Luther weer…

We zullen dit jaar niet om Martin Luther heen kunnen: 2017 is uitgeroepen tot Lutherjaar. De toeristische dienst van Duitsland in het algemeen en van Sachsen-Anhalt draait al enige tijd overuren en REFO500 zit ook niet stil. Het ene na het andere Lutherboek rolt van de pers. Er is zelfs al een Playmobil Luther met ganzeveer en Duitse Bijbel (meer dan 500.000 verkocht, plus een rel maar dit terzijde)

luther_playmobil_thesenanschlag

En dat allemaal om een gebeurtenis te herdenken die er hoogstwaarschijnlijk geen was: de Thesenanschlag van 31 oktober 1517.

kort: Luther zelf heeft nooit naar zo’n actie verwezen hoewel hij bepaald niet verlegen zat om een sterk verhaal om zijn vrienden, studenten, of collega’s mee te vermaken tijdens de maaltijd. Zeker als het over de mythische tijd van de grote ontdekkingen ging, wijdde hij graag uit. Sterker nog: als Luther de 95 stellingen over de aflaat al eens noemt, dan doet hij dat met een zekere gêne. Aan zijn collega professor en vriend, Christopher Scheurl, schrijft hij bijvoorbeeld in maart 1518 dat hij – als hij geweten had hoeveel effect ze zouden hebben gehad – ze wel zorgvuldiger zou hebben geformuleerd. Niet erg logisch dus dat hij die met veel bombarie aan de poorten van de kerken van de stad zou hebben genageld. In diezelfde brief vertelt hij trouwens wat hij wel beoogd heeft met die stellingen: een academisch debat in beperkte kring. De stellingen zullen dus wel rond diezelfde tijd opgehangen zijn aan de deuren van de slotkerk, dat was immers het mededelingenbord van de Wittenbergse universiteit: ‘Ad valvas’. Maar of dat op 31 oktober is gebeurd en door Luther zelf, is hoogst twijfelachtig. En zo ja, dan in elk geval niet als publieke protestactie. Nog belangrijker, hij voegde die stellingen wel als bijlage bij de brief aan de aartsbisschop van Mainz, waarin hij de aflaatkramerij aanklaagt. Die brief is gedateerd: 31 oktober 1517. De stellingen zijn pas een hot item geworden toen enkele van Luthers vrienden hun exemplaar doorgaven aan drukkers buiten Wittenberg, die ze in een beperkte oplage begonnen te drukken en vervolgens moesten vaststellen dat ze verrassend snel door hun voorraad heen waren. Via de drukkerij van Froben in Bazel kwam er in maart 1518 ook een exemplaar bij Erasmus terecht, die toen in Leuven verbleef. Hij stuurde die door naar zijn goede vriend in Engeland, Thomas More, zonder commentaar.
Uitgebreider op www.luther.wursten.be

Retrospectief zijn ze belangrijk en ook inhoudelijk interessant. De aartsbisschop van Mainz stuurde ze – na advies te hebben ingewonnen van de theologen van de universiteit van Mainz – door, in dit geval naar Rome ter screening op hun orthodoxie, één van de gevolgenrijkste ‘forwards’ uit de geschiedenis. Op dat moment werd de ‘causa Lutheri’ ingeleid, de ‘zaak Luther’, en was een regionale kwestie een internationale princiepszaak geworden. In de stellingen wordt namelijk ook het gezag van de paus – vragenderwijs, maar de ondertoon is fel – geproblematiseerd.

Tentoonstelling: “Fundsache Luther” in Halle