Een nieuwe Liedt (1567)

De oudste Nederlandse vertaling die ik ken, staat in een Luthers gezangbundel uit 1567 (Den Geheelen Souter…). De vertaler is niet bekend. Het is ook eerder een ‘verdietsing’ dan een vertaling. Heeft echter wel sfeer…

Een nieuwe Liedt van twee Martelaers Christi tot Bruesel verbrant. Anno 1523.

Tekst uit W.J. Kooiman, Luther’s martelarenlied in Nederland, p. 8-11.
u-v en w-ui ontdubbeld [bron zie onder]

Een nieuwe Liedt wy heven aen,
Des wolde Godt onse Heere,
Toe singhen wat Godt heeft gedaen,
Tot sijnen lof ende eere,
Te Bruesel in dat Nederlant,
Wel door twee jonghe knapen,
Heeft hy sijn wonder macht bekant,
Die hy met sijnen gaven,
Soo rijckelijck heeft ghetzieret.

De eerst recht wel Johannes hiet,
Soo rijck aen Godes hulden,
Sijn broeder Heinrick nae den Geest,
Een rechter Christ sonder schulden,
Van dees werelt ghescheyden sint,
Sy hebben die croon verworven,
Recht als die vroome Godes kint,
Voor sijn woort sint sy ghestorven,
Sijn Martelaers sijnse worden.

Die oude vyandt se vanghen liet,
Verschricktense lang met dreeghen,
Dz woort Gods men haer loochenen hiet,
Haddent geern na haren wil creeghen,
Der Loevensche Sophisten veel,
Met harer const verlooren,
Versamelden tot desen speel,
Die Gheest maecktense tot dooren,
Sy en costen niet ghewinnen.

Sy songhen soet, sy songhen suer,
Versochten mennighe listen,
Die knapen stonden als een muer,
En verachten die Sophisten,
Den ouden vyandt dat seer verdroet,
Dat hy was overwonnen,
Van sulcken jonghers hy soo groot,
Hy wordt vol torns van stonden,
En ghedochtse te verbernen.

Sy beroofden haer dat clooster cleet,
Die wijing sy haer oock namen,
Die knaepkens waren des bereet,
Ende spraken vrolijck Amen,
Sy dankten haren Vader Godt,
Dat sy los souden weerden,
Des duyuels kuckelspel en spot,
Daer in door valsche ghebeerden,
Die werelt gheheel verkeerden.

Dat schict God door sijn genaed’ vorwaer
Dat sy rechte Priesters worden,
Haer selven moesten offeren daer,
En gaen inden Christen oorden,
Der werelt heel af ghestorven sijn,
En die huychelye af legghen,
Ten Hemel coemen vrij en reyn,
Die Monikerije uit veghen,
En menschen bedroch hier laten.

Me schreef hem voor een brifken cleyn,
Dat hietmen haer selver lesen,
Die stucken schreven sy daer in,
Wat haer gheloof was ghewesen,
Die hoochste doeling dese waer,
Men moet alleen Godt ghelooven,
Die mesch liecht en bedriecht voorwaer,
Den en salmen niet betrouwen,
Daerom moesten sy verbernen.

Twee groote vieren staken sy aen,
Die knaepkens sy daer her brachten,
Die gaf groot wonder yderman,
Dat sy sulcken pijn verachten,
Met vreuchden sy haer gaven daerin,
Met Godes lof ende singhen,
Den moet werdt den Sophisten cleyn,
Van desen nieuwen dinghen,
Doen God soo liet sien sijn wercken.

Den spot haer nu gerouwet haet
Sy woudent gheme schoon maken
Sy dorsten haer niet roemen der daet
Maer verborghen vast die saken
Die schand’in t herte quellet sy
En claghent voorts haer ghenoten
Doch can die gheest niet swijghen vry .
Des Abels bloet vergoten
Dat moet dan Caim noch melden.

Die assch’ en wil niet laten af.
Sy stuift in alle de landen.
Daer en helpt beeck, cuyl, gracht noch graf,
Sy maeckt den vyandt ter schanden,
Doen hy int leven doer den moort
Hem te swijghen heeft ghedrongen
Den moet hy doot aen allen oort
Met aller stemmen en tonghen
Geheel vrolijck laten singhen.

Noch laten sy haer lieghen niet
Den grooten moort te bedecken
Sy gheven voer een valsch bediet
Haer gheweten doetse verschrecken
Die heylighe Gods nae den doot
Van haer ghelastert weerden
Sy segghen inden lesten noot
Die knaepkens noch op der eerden
Souden hebben omghekeeret.

Wy laten haer lieghen immer daer
Sy en hebbens gheen beroemen
Wy souden dancken God voorwaer
Sijn woort is wederom coemen
Die Somer is hart voor die doer
Die winter die is verganghen
Die edel bloemkens gaen hervoer
Die dat heeft aenghevanghen,
Die sal het oock wel voleynden.

________________________________________

Volledige titel:Den Geheelen Souter der Koenicklijcken Propheten Dauids, met alle de Compositiones op de Psalmen, ende met de Christelicke Lof-sangen, Gebeden ende Danck-liedekens: Vercieret ende gemeeret met veel schone Lof-sanghen ende geesteliche Liedekens, die noyt in onser Neder-landtsche Spraeck ghedruckt en zyn, alsoemen gewoenlick te singhen is inder Christelicke Kercken, daer Gods woort louter en reyn, suyuer en onvervalst gepreeckt ende gheleert wort nae luydt der Confessien van Ausborgh: Vergadert uit veel Sang-boecken

1567

Ein neues Lied (opname)

Gisteren (3 juli) de opname bijgewoond die ProCAnt heeft laten maken van het lied dat Martin Luther in 1523 schreef toen hij het bericht vernam dat twee van zijn Antwerpse ‘broeders’ (Augustijner monniken) op de Grote Markt in Brussel waren verbrand als ketters. De officiële versie (5 coupletten in het Duits en 2 in het Nederlands) komt ter beschikking als MP3 bij de opening van de tentoonstelling ‘een lutherse lente in Antwerpen’…. [update:isbeschikbaar. klik hier]

Hieronder een ‘smartphone-impressie’ van een experiment tijdens de opnamesessie: de melodie wordt gespeeld op schalmei door Aline Hopchet. Deze opname werd niet weerhouden voor de officiële release, wegens niet in balans. Daar zal het zijn: zang, blokfluiten en gamba. U hoort Piet Van Steenbergen op gamba en Willem Ceuleers op blokfluit.

Laatstgenoemde schreef ook de arrangementen en verzorgt de zang.

Een Lutherse Lente in Antwerpen

Een Lutherse Lente in Antwerpen:
Tolerantie en repressie in de zestiende eeuw.

Tentoonstelling in de Sint-Andrieskerk [4 augustus – 31 oktober 2017]

De kerk was elke dag open van 14u tot 17u. en van maandag  tot vrijdag van 9u tot 12u.  Bijna 10.000 bezoekers kwamen langs. Tijdens de museumnacht op 5 augustus (19.00-01.00) klonk Luthers ballade voor zijn Antwerpse confraters in de St. Andries. Het was fraai. Zo’n 1.100 mensen kwamen luisteren. Het lied kunt u op youtube beluisteren.

Digitale versie van de 12 tentoonstellingspanelen (PDF)
(bestand is ruim 4MB, dus misschien even geduld bij het laden)

Tekstpaneel_reordered_SMALL_C5

 

Hier een interview met Frans van den Brande op KLARA (Belmondo, 12 augustus) over de tentoonstelling…


[achtergrond – archive

In het Lutherjaar 2017 herdenken protestanten het begin van de reformatie. 500 jaar eerder, op 31 oktober 1517, publiceerde Maarten Luther in Wittenberg zijn 95 stellingen tegen de aflatenhandel. Het was het startpunt van de Reformatie, die een einde maakte aan de kerkelijke eenheid in Europa. In dat Europese verhaal speelde Antwerpen een belangrijke rol. In het pas gestichte klooster van de Augustijnen woonden paters die samen met en bij Luther gestudeerd hadden, en die zijn ideeën deelden. Zij waren de eersten die Luthers geschriften vertaalden, en de Antwerpse drukkers zorgden ervoor dat ze verspreid raakten over heel Europa. Al snel werd Antwerpen één van de steunpilaren van het Lutheranisme: men sprak zelfs van ‘Wittenberg aan de Schelde.’

De omgeving van Sint Andries (situatie begin 17e eeuw) – Click to enlarge. In de Cammerstraat woonden de boekdrukkers.

Tijdens het Lutherjaar zullen er overal in Europa initiatieven doorgaan die deze kerkelijke hervorming herdenken – die ook grote gevolgen voor de maatschappij had. Ook in Antwerpen, dat in de beginjaren van het Lutheranisme een cruciale rol speelde, wordt er aandacht aan besteed. In de Sint-Andrieskerk, op de plaats waar vroeger het Augustijnenklooster stond, komt een tentoonstelling over die vroegste jaren van de hervorming in Antwerpen. Daarbij gaat het niet om de theologische of historische achtergronden van het Lutheranisme, maar komen de twijfels en angsten van de mensen die het beleefden aan bod. Wie voor Luther koos, kon immers alles kwijtraken: vrijheid, bezit, job, vrienden, familie, zelfs het leven. De eerste ter dood veroordeelde lutheranen waren twee monniken uit het Antwerpse klooster.

Ook vandaag staan mensen soms voor verscheurende keuzes, of gaan ze gebukt onder fundamentele twijfels.

De tentoonstelling wil daarom een brug slaan tussen de Antwerpenaar van 500 jaar geleden, en die van nu. Dat doet ze door getuigenissen van toen op een eigentijdse, aansprekende manier weer te geven. De tentoonstelling loopt van 4 augustus tot 31 oktober 2017. De einddatum is symbolisch: op 31 oktober vieren de protestantse kerken ‘Reformatiedag’, en herdenken ze dat op die dag Luther zijn 95 stellingen publiceerde. Dat deze tentoonstelling kan doorgaan in een katholieke kerk, op de historische plek waar een half millennium geleden de eerste Antwerpse protestanten woonden, bewijst dat er sindsdien heel wat ten goede is veranderd.

Antwerpsch Chronykje – 1522

Zomaar een jaar… ?

Een bladzijde uit dit wonderlijke boekje waarin een verslag van1 . de bevrijding door een menigte ‘woedende vrouwen’ van prior Hendrik van Zutphen op 29 september 1522; 2. de vernederende manier waarop stadssecretaris Cornelis Grapheus (alias Corneel De Schrijver) zijn Lutherse opvattingen publiek moest afzweren;3. de ontruiming van het Augustijner klooster en 4. hoe twee mannen aan de schandpaal werden genageld wegens Lutherije (hadden ze misschien onderdak hadden verschaft aan de ontsnapte prior?). In een andere kroniek wordt de voornaam van een van de drukkers genoemd: Adriaen (Van Berghen, die in 1523 als eerste een Nederlanse vertaling van Luthers DasNeue Testament Deutschop de markt brengt?)

Je zult maar in die tijd geleefd hebben ! Het verslag loopt overigens volledig parallel met de Chronyke van Vlaenderen uit 1531. Met name het vrouwenoproerschokte de wereld. Repercussies ervan zijn terug te vinden tot in Italië toe (brief van de pauselijke ambassadeur, Chieregati, die in Neurenberg is om zich voor te bereiden op de Rijksdag aan hertogin Isabelle d’Este). Ook Luther doet er gedetailleerd verslag van in een brief. Waren er ‘social media’ geweest, deze scène zou ‘viraal’ gegaan zijn.

Voor een beeld van de omgeving (stratenplan van toen,klik hier)

 

Luther en Antwerpen – de Augustijner monniken

Twee studenten van Luther, Jacob Praepositus (of Jacob Proost) en Hendrik van Zutphen, komen we tegen als prior van het Augustijner-klooster te Antwerpen (locatie: Sint Andrieskerk). Het klooster zelf hoorde tot dezelfde congregatie als dat van Wittenberg, en viel dus onder de jurisdictie van Johann von Staupitz. Zij verkondigden in hun openbare erediensten de boodschap van het Evangelie à la Luthérienne.Dat werd ze in dank afgenomen door de Antwerpse bevolking, maar na 1520 niet meer door de keizerlijke inquisiteur, Frans van der Hulst. In 1521 barsten de vervolgingen los. Arrestaties, herroepingen, intimidaties waren hun deel. Omdat het niet hielp werd het klooster in oktober 1522 gesloten, echter niet nadat de Antwerpenaars (en met name de vrouwen) nog een ultieme poging gedaan hadden de Augustijnen uit de klauwen van de inquisitie te redden. Het heilig sacrament werd in een plechtige processie, waaraan Margaretha van Oostenrijk zelf participeerde, overgebracht naar de OLV-kerk. De inboedel werd verkocht (de unieke 36-regelige Gutenbergbijbel uit 1461 die het klooster bezat, kwam – veel later – in het bezit van Plantijn. Ze is in het museum aldaar nog altijd te bewonderen). De meest monniken herriepen, maar drie broeders plooiden niet, hoe zeer men hen ook onder druk zette (incl. ‘good cop-bad cop’ methodes). Twee van hen stierven op de brandstapel (Brussel, 1 juli 1523. Zie hier voor meer info), Hendrik Vos (of Voes) en Johan van (den) Essen. Over de derde, Lambert van Thorn (= Limburg), doen allerlei verhalen de ronde, maar onderzoek van Johan Decavele heeft aan het licht gebracht dat hij tot 1528 in de gevangenis in Vilvoorde heeft geleefd, terwijl hij werd verzorgd door de hervormingsgezinde kunstenaars en ambachtslieden rond tapijtontwerper Bernard van Orley en pastoor Niclaes van der Elst.

In elk geval, toen het bericht van de brandstapeldood van zijn Antwerpse confraters Luther ter ore kwam, begon hij – zo getuigt hij zelf – ‘inwendig te wenen’ en zei:

‘Ik meende dat ik de eerste zou zijn die om het heilige Evangelie gedood zou worden, maar ik ben het niet waard geweest!’

picture1
Afbeelding van het verslag dat direct na de feiten verscheen in het Latijn en het Duits

Maar al snel kreeg een ander gevoel de overhand: Dit was een getuigenis van de de echtheid van het Evangelie ! Het toont aan dat we leven in de beslissende tijd, de eindtijd: erop of eronder. Hij kroop in de pen en schreef een troostbrief (“An die Christen ym Nidder land“, hieronder in een vertaling uit 2010 van A. Alderliesten) en een ballade waarin hij hun verhaal vertelt en hun sterven duidt als een eindtijdelijk (eschatologisch) teken.

Hier een link naar de opname van dit lied, zowel in het Duitse (origineel) als in het Nederlands ingezongen, met blokfluit en gamba. Op de Lutherpagina van Dick Wursten vindt u ook eeningekorte versie en kunt u door het oorspronkelijke druk (bevindt zich in Gent) bladeren.

 

Aan de christenen in de Nederlanden

Alle lieve broeders in Christus, die in Holland, Brabant en Vlaanderen zijn, alle gelovigen in Christus tezamen: genade en vrede van God onze Vader en onze Here Jezus Christus.

Lof en dank zij de Vader van alle barmhartigheid, die ons in deze tijd opnieuw Zijn wonderbaarlijk licht laat schijnen. Tot nu toe is dit vanwege onze zonde verborgen geweest die ons aan de gruwelijke machten van de duisternis heeft onderworpen, smadelijk deed dwalen en de antichrist liet dienen. Maar nu is opnieuw de tijd gekomen dat wij het gekir van de tortelduiven horen en de bloemen opengaan op het veld (Hooglied 2:11 e.v.). Deze vreugde, mijn geliefden, dat u niet alleen deelachtig, maar afgezonderd bent de eersten te worden aan wie wij zulke vreugde en verrukking hebben beleefd. Eigenlijk is het u namens de hele wereld gegeven het Evangelie niet alleen te horen en Christus te kennen, maar in het bijzonder ook de eersten te zijn die om Christus’ wil schande en schade, angst en nood, gevangenschap en gevaar ondervinden. U draagt nu voller vrucht en bent sterker geworden. Dat hebt u ook met uw eigen bloed vergoten en bekrachtigd, omdat de twee kostbare juwelen van Christus (Hendrik Vos en Jan van Essen) te Brussel hun leven gering hebben geacht opdat Christus met Zijn Woord zou worden geprezen. O, hoe verachtelijk zijn die twee zielen terechtgesteld, maar hoe glorieus en in eeuwige vreugde zullen zij met Christus wederkomen en rechtspreken over degenen die hen met onrecht bejegend hebben. Ach, wat is het gering om door de wereld te worden bezoedeld en gedood. Degenen die weten dat hun bloed kostbaar (Ps. 9:13; 72:14) en hun dood dierbaar is in Gods ogen, waarvan de Psalmen zingen (116:15)? Wat is de wereld tegenover God? Wat een genoegen en vreugde hebben de engelen in deze twee zielen gezien! Wat heeft het vuur hen graag geholpen van dit zondige leven naar het eeuwige leven en van deze smaad naar de eeuwige heerlijkheid! God zij geloofd en in eeuwigheid gezegend dat wij het beleefd hebben om oprechte heiligen en waarachtige martelaren te zien en te horen, terwijl wij tot nu toe zoveel valse heiligen verheerlijkt en aanbeden hebben. Wij zijn het tot nog toe niet waard geweest Christus een offer van zo een kostbare waarde te worden, hoewel velen van ons niet zonder vervolging waren en nog steeds zijn. Daarom, mijn allerliefsten, weest getroost en verblijdt u in Christus en laten wij zijn grote tekenen en wonderen danken die Hij onder ons is begonnen te doen. Hij heeft ons een verfrissend nieuw voorbeeld van Zijn leven voor ogen gesteld. Nu is het de tijd dat het Rijk Gods niet in woorden, maar met kracht wordt opgericht (I Kor. 4:20). Dit wordt bedoeld met: ‘verblijdt u in de verdrukking’ (Rom. 12:12). ‘Een korte tijd,’ zegt Jesaja (54:7), ‘heb ik u verlaten, maar met eeuwige barmhartigheid zal ik u bijeenbrengen.’ Psalm 91 (vers 14 e.v.): ‘ik ben (spreekt God) met hem in verdrukking. Ik zal hem redden en verhogen, want hij erkent Mijn naam.’ Nu wij dan de huidige verdrukking zien en sterke, troostvolle beloften hebben, zo laten wij ons hart vernieuwen, vol goede moed zijn en ons met vreugde in de Here laten doden. Hij heeft gezegd, Hij zal niet liegen: ‘ook de haren op uw hoofd zijn alle geteld’ (Matth. 10:30). En hoewel de tegenstander deze heiligen zullen uitmaken voor Hussieten, volgelingen van Wycliffe en Luther, en zij zich op hun moord zullen beroemen, moet ons dat niet verwonderen, maar des te meer versterken want het kruis van Christus moet gelasterd worden. Maar onze Rechter is niet op grote afstand en Hij zal een ander oordeel vellen. Dat weten we zeker. Bidt voor ons, geliefde broeders, en voor elkaar, opdat wij de ander de trouwe hand reiken. Houdt eensgezind vast aan ons hoofd Jezus Christus, Die ons sterke door genade en ons geheel bereide Zijn heilige naam te eren. Hem zij de lofprijzing, lof en dank bij u en alle creaturen in der eeuwigheid. Amen.

Lied
Luthers ontroering over en dankbaarheid voor de geloofskracht van de twee Nederlandse martelaren uitte zich niet alleen in briefvorm. Zoals W.J. Kooiman het uitdrukt, is ‘Luthers dichtvuur aan een brandstapel ontstoken.’ De geschiedenis van Vos en Van Essen leidde tot Luthers eerste lied: Ein neues lied wir heben an. Het is in de eerste Duitse kerkelijke Liedboeken opgenomen. In hetGesangkbuchlein van Johann Walter (1525) staat ook een 4-stemmige zetting van dit lied.

voor de tekst: zie www.dick.wursten.be/antwerpseMartelaren.htm

En hier vindt u de officiële opname die op ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘een Lutherse lente in Antwerpen’ is gemaakt.